Bedraden deel 1

Uitgangspunt:
Het uitgangspunt is eigenlijk “Wat is Bonsai”, is het alleen maar een boom in een pot?
Nee, Bonsai heeft niets met kopiëren uit de natuur te maken.
“Bonsai is een kleine oude door de mens gevormde boom die een eenheid vormt met de pot waarin hij staat”.
Enerzijds moet hij niet de indruk wekken dat hij door de mensenhand is gemaakt, anderzijds moet hij een kunstzinnige vorm hebben.
Om dat te bereiken, is het bedraden van een boom vaak noodzakelijk om hem vorm te kunnen geven.
De basis:
Met het bepalen van de voorkant van de boom, en de “beweging” van de boom te zoeken gaan we van start.
Heb je die voorkant en beweging in de boom gevonden, dan zoek je en bepaal je wat de karaktertak (ook wel eerste tak, gezichtsbepalende tak of sashi eda genoemd) zal worden.
Ook de tegenwicht tak de voor- en de achtertak die voor de diepte moeten zorgen moeten worden gevonden, waarna de top moet worden bepaald.
Verder kunnen we nog voor een paar aanvullende takken kiezen om het ontwerp te vervolmaken.
Nu het ontwerp duidelijk geworden is, resteert het vormen van de takken en indien mogelijk van de stam.
Dat vormen van die takken is mogelijk door het “bedraden” van deze takken.
De oude Chinezen waren in staat schitterende bomen te vormen met de snoei- en groeimethode, of met behulp van bamboe en zelfs met behulp van lood (dat lood werd om de tak gebogen, waarna de takken gebogen konden worden) of stenen, die d.m.v. touwen de takken naar beneden trokken.
Maar dat is werk van een lange adem.
boom met gewichten B 2

B 3
B 4

Bedraden: steek de draad langs de stam in de grond tot de bodem van de schaal, omwind de draad onder de tak door dit voorkomt uitscheuren bij het buigen van de tak

Draad:
Het bedraden van de stam en takken is de manier om de boom een natuurlijke of gewenste vorm te kunnen geven.
Het draad zorgt, behalve voor het op zijn plaats houden van de tak, dat de tak ook niet zo snel breekt als je hem buigt; de druk wordt door de bedrading meer over de tak verdeeld.
Je kunt koperdraad of aluminiumdraad gebruiken, koperdraad is stugger en daarom moeilijker in het gebruik, maar er kan wel dunner draad gebruikt worden.

B 5

Aluminiumdraad kan worden hergebruikt (vaak niet verstandig, omdat bij het “ontdraden” de nieuwe knoppen kunnen worden beschadigd) bij koperdraad ligt dat veel moeilijker.
Aluminiumdraad is verkrijgbaar van 1 tot 6mm, oplopend met een half.
De keuze van de dikte van het draad, doe je door de te buigen tak te “testen” op buigzaamheid, n.a.v. de weerstand die je ondervindt, kies je de dikte van het draad.
Voor aluminium is de vuistregel; draaddikte = 1/3 van de takdikte.
Bedraadt (in geval van twijfel over de dikte van de draad) met een dikkere draad.
Soms is een enkele bedrading niet voldoende; er moet dan een dubbele bedrading worden aangelegd.
De lengte van de draad moet langer zijn dan de tak zelf, bij een tak van 20 cm gebruik je een lengte van 30 cm draad, anderhalf keer de lengte van de tak dus.

B 6 B 7

Bedraden:
Draad in een Bonsai is niet mooi, maar helaas een noodzakelijk kwaad.
Daarom is het verstandig om zo netjes mogelijk te bedraden, je kijkt er tenslotte een hele tijd tegen aan.

B 9

Er is een grens aan de buigzaamheid van de takken, het buigen moet dan ook voorzichtig gebeuren, zodat de takken niet breken. Leer je boom kennen.

Indien je een (dikke) tak extreem wilt buigen, omwikkel deze tak dan eerst (strak) met nat raffia, hierdoor zal de tak minder snel scheuren en/of breken, ook het cambium, bast en schors blijven hierdoor beter intakt.

B 8B 9

 

B 10 B 11

De bedrading wordt met gelijke afstanden gewonden onder een hoek van 45 graden

Bij het bedraden goed berekenen welke takken je met elkaar kunt verbinden, je moet twee takken met één draad bedraden, dat is veel beter dan dezelfde twee takken met elk een afzonderlijke draad.
Probeer twee takken (schuin) tegen over elkaar te bedraden, echter er moet dan wel voldoende ruimte op de stam zijn voor minimaal twee wikkelingen.

Bedraadt nooit twee recht tegenover liggende takken met één draad, dan wordt het een soort “wip”, de takken kunnen geen steun vinden.
Altijd in een hoek van 45 graden bedraden, om voldoende steun te geven. Bedraadt niet te ver uit elkaar, niet te dicht op elkaar Al is het slechts om het esthetische zicht en soms omwille van verminderde grijpkracht, de draden nooit kruisen!
B 12                                      B 12a

Links; Twee bedradingen correct aangebracht rond een dikke tak of stam.

Echter als het niet anders kan, kruis dan (zo weinig mogelijk) achter de stam of tak.
Bij de aanvang van de tak de draad niet vlak tegen of onder de oksel leggen, want later, wanneer de draad verwijderd dient te worden en dus de takken weer wat gegroeid en aangedikt zijn, zal je de oksel zwaar beschadigen door het lostrekken van de draad.
Windt de draad tussen de zijtakken/twijgen door bij voorkeur in het midden; wanneer je nadien toch nog een draad nodig hebt, is er ruim plaats om deze te leggen en breng je niet de aanzet van de zijtakken/twijgen in gevaar.
Begin steeds eerst met de dikkere draad en pas daarna de dunnere. Bij het bedraden steeds beginnen van binnen de boom naar buiten, van stam over naar de tak en dan naar de zijtak of twijg, van dik naar dun.
Tijdig stoppen met op den duur te zwaar wordende draad voor de steeds dunner wordende tak. Eindig te zwaar geworden draad met een mooi (aan de achterkant van de tak) afgeknipte winding, zodat je de dunnere draad enkele windingen ervoor kan aanzetten en mooi kan verder winden op de plaats waar de zwaardere draad eindigt.
Echter , gebeurt dit juist voor een vork, neem dan een been van de vork nog wel mee in de windingen van de zwaardere draad; in tegengesteld geval zou je de vork niet meer kunnen vormen.
De draad wordt gewonden met de wijsvinger bovenop de draad, met deze vinger geef je de richting aan. De kracht bij het bedraden uit de pols halen en de tak met de andere hand ondersteunen. Te los bedraden heeft geen effect, dus

B 13 B 14

Tak buigen: plaatst u duim onder de tak tegen de stam aan, tak tussen duim en wijsvinger, dan buigen

B15

Te los bedraad, er zit ruimte tussen draad en stam.

leg de draad mooi tegen de tak. Doe het niet te strak want dan krijg je kans op littekens door ingroeien.
Laat geen bladeren, naalden of knoppen onder het draad komen
De takken al enigszins “voor” vormen tijdens het bedraden.
Houdt de afgeknipte uiteinden ook achter de stam, of laat deze naar achter wijzen, zodat deze glimmende uiteinden (bij aluminium draad) je niet blinkend staan “aan te kijken”.
Loofbomen bij voorkeur bedraden na de herfst of in het vroege voorjaar, naaldbomen bij voorkeur als de sapstroom optimaal is, dus in de periode mei – september.

Het buigen:
Natuurlijk is er een grens aan de buigzaamheid van de takken.
Het buigen moet dan ook voorzichtig gebeuren zodat de takken niet breken. Daarbij is er een groot verschil in buigzaamheid van diverse boomsoorten, de Azalea bijvoorbeeld is erg broos en Ceder erg soepel (leer je boom kennen!). Grote “buigoperaties” doen we stapsgewijs, geef de boom minimaal 10 minuten rust voordat je in een tak een sterkere buiging aanbrengt, de tak “went” dan aan de rek die er ontstaat.
Soms is het goed een week te wachten en dan weer een stukje verder te buigen.
Buigen doe je dan ook “gecontroleerd”; de ene hand buigt en de andere hand “begeleid of ondersteunt” de tak.
Buig een tak niet “heen en weer”, de houtcellen raken dan onherstelbaar beschadigd.
Kies dus bewust je richting bij het buigen en houd het zo.

B 16
Fout
B 17
Goed

 

Fout: draad zit te hoog bij de buiging,
breekt de bast of hele stam.
Bij pijl: Fout: Draad zit in de binnenbocht
i.p.v. buitenbocht

Goed: Draad aan de buitenkant van de te buigen bocht.
Bij pijl: Binnenbocht.

 

In het begin kun je op elke willekeurige gesnoeide tak oefenen, bedraden heb je niet zo maar in de vingers.

Spannen:
Naast de techniek van het omwikkelen met raffia zijn er ook andere methoden die soms handiger zijn, bijvoorbeeld spandraden die een tak in de gewenste richting buigen.
Indien de tak erg dik is kan deze (bijv. naar beneden) worden “gespannen” .
De tak dient wel eerst te zijn bedraad, door een lus iets los te maken kan er een dunnere draad door die de tak naar beneden kan trekken, of indien de tak niet bedraad is, rubber gebruiken om de tak te beschermen tegen insnijden.
Het ander eind kan worden verankerd aan een wortel, jin of aan de potrand, indien deze daarvoor geschikt is.
Hiermee wordt de tak echter niet gevormd maar alleen in een andere positie gebracht.

Ontdraden:
Het ontdraden krijgt vaak weinig aandacht.
Controleer regelmatig de bomen die bedraad zijn, soms krijgt een boom een groeispurt (vooral tijdens de herfst) en in enkele dagen kan het draad ingroeien!
Dit herstelt zich wel, maar niet snel.
Loofbomen staan veel korter in het draad (ca. 3 maanden) dan naaldbomen (6-12 maanden).
Bij het verwijderen van draad heeft wegknippen van het draad de voorkeur boven afwikkelen. Als je afwikkelt ga dan in omgekeerde volgorde te werk, eerst het dunne draad, dan dikker, begin bovenin de boom, de stam het laatst.
Denk aan de jonge knoppen!
Wil je draad toch hergebruiken, dan moet je het draad voorzichtig afwikkelen en voor het hergebruiken “strekken” zodat alle bochten weer verdwenen zijn.
Door het buigen en/of strekken van metaal wordt het stugger, dat geldt vooral voor koperdraad.
Ga je knippen, gebruik hiervoor de juiste draadtang, dus een tang die bast niet beschadigen kan bij het wegknippen van het draad.
B 18

B 19

Deze tang heeft een stompe bek die de tak zelf bijna niet kan beschadigen bij het juiste gebruik.
Hoe lang laat je het draad zitten?:
Dat verschilt enorm per soort, sommige een heel groeiseizoen, andere enkele maanden, maar als de draad al begint in te groeien wordt het tijd om het te verwijderen.
Blijft de tak niet in de juiste positie staan wikkel er dan nog een keer een draad omheen.
Te ver ingegroeid draad is een lelijk gezicht en het duurt jaren voor het weer vergroeid is.

Tot slot:
Oefening baart kunst!

Wordt vervolgd met hulpmiddelen voor het zwaardere werk en voor gevorderden.

Eric en Leen

Print Friendly, PDF & Email