Bonsai en mossen

Mos

Uitgangspunten om zelf mos te zoeken en verzamelen.

In Japanse tuinen zijn Bonsai en mos onmiskenbaar met elkaar verbonden. Mos is een onmisbare en belangrijke grondbedekker bij Bonsais. Een Japanse tuin is in de vochtige streken van Japan niet compleet zonder mos. Wij leggen graszoden in de tuin maar in Japan worden er moszoden gelegd. Mos als grondbedekker heeft een functie. Het staat mooi als de grond om de Bonsai heen groen is. Het houdt ook vocht vast, de aarde blijft vochtig en een ander voordeel is dat het de grond in de pot op zijn plaats houdt. Belangrijk is wel dat het water de grond nog kan bereiken. Zorg er voor dat het mos niet tegen de stam opgroeit en verwijder het mos in de winter enkele centimeters rond de stam om een optimale zuurstof toevoer in de grond mogelijk te maken.

Tevens is mos ook het moeilijkste om toe te passen. Het vergt veel geduld en doorzettingsvermogen om het mos in de bonsaischaal uit te zetten. Mensen met veel geduld worden uiteindelijk beloond met een mooi mostapijt.

Het mos zorgt er voor dat de onmisbare “Wabi-Sabi sfeer” optimaal tot uitdrukking komt in bonsaischaal en tuin. In de Japanse tuinen in Japan en Clingendeal (Den Haag) doen de mossen, dankzij het gunstige klimaat, het zeer goed en zijn er in grote getale en diversiteiten aanwezig. Er zijn tuinen met meer dan 100 verschillende mossoorten.

Mos zoeken en verzamelen

Voor je Bonsai kun je ook zelf mos verzamelen dat tussen stoeptegels groeit, op dakpannen en stenen, tevens op langdurige vochtige en uit de zon blijvende plaatsen. Mos wat van nature op de grond groeit geeft een mooi effect in de bonsaipot. Mos dat op een zonnige plek groeit is harder dan schaduwmos. Schaduwmos sterft meestal meteen af als de Bonsai met mos in de zon geplaatst wordt. Mos dat in de zon groeit kan direct gebruikt worden. Belangrijk is om plaatselijk mos te zoeken en gebruiken. Ervaring leert dat dit mos het beste groeit.

Neem een plamuurmes en snij dunneplakjes mos met zo weinig mogelijk grond. Leg dit mos in een bak of schaal. Vervolgens giet je er wat water overheen, let op, niet te nat laten worden, gewoon water erover tot het mos vochtig is. Het bovenlaagje aarde in de bonsaipot even losmaken. Plant het mos op het vochtige oppervlak van de bonsaischaal netjes en voorzichtig, de plakjes tegen elkaar drukken. Strooi wat aarde over het mos heen, druk het voorzichtig aan met een spatel en besproei het mos. De aarde zakt hierdoor tussen het mos, maak het daarna goed nat.

Probeer verschillende soorten en kleuren te gebruiken. Je zult verrast worden door het resultaat.

Onderstaande foto’s komen van de site: http://www.freenatureimages.eu/plants/

Cladonia coccifera 1, Rood bekermos, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen, Cladonia macilenta 1, Dove heidelucifer, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen, Cladonia chlorophaea 1, Fijn bekermos, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen, Xylaria hypoxylon 4, Geweizwam, Saxifraga-Jan de Laat

 
Rood bekermos-Cladonia coccifera                             Dove heidelucifer-Cladonia macilenta
                                                                                                                        
 
Fijn Bekermos-Cladonia chlorophaea                           Geweizwam-Xylaria hypoxylon

 

Mos drogen

Een andere methode is om mos te drogen. Verzamel in de zomer tussen de stoeptegels wat mos .Wrijf dit mos vervolgens door een fijnmazig zeefje. Het gezeefde mos vervolgens uitzaaien over het van te voren losgemaakte oppervlak in de bonsaischaal. Ligt aandrukken met een spatel. Geef de Bonsai op de normale manier water. Wel voorzichtig zodat niet gelijk een deel van de grond weggespoeld wordt. Na 2 a 3 weken zal het aardoppervlak bedekt zijn met een dun laagje groen mos. Is dit goed gelukt dan kan er een schimmel verschijnen die zilverkleurig is bij de stam waar de aarde begint. Dit is een teken dat de bonsai goed gezond is en de mos is aangeslagen en gaat groeien. Ideaal dus. Mocht het mos bruin worden in de zomer als het erg heet is, geen paniek. Het betekent vaak dat het mos genoeg water krijgt. Gaat het koeler worden met minder zon dan krijgt het mos weer zijn mooie groene kleur terug. Het overgebleven gezeefde mos kan in een schone jampot bewaard blijven. Heb je nog meer mos nodig strooi het dan over de vochtige aarde uit en zie hoe het mos weer gaat groeien.

Veenmos Sphagnum

Veenmos is niet geschikt voor op de bonsaischaal, te grof, maar goed te gebruiken als afdeklaag na het verpotten; het houdt de bovenlaag vochtig. Het is te verkrijgen bij de bloemist, in het bos, of gedroogd bij de reguliere bonsaihandel.

Veenmos Sphagnum

 

Zeer geschikt voor in de bonsaischaal zijn de onderstaande mossoorten.

Zandhaarmos- Polytrichum juniperinum 
A                                                                                               B
A = zandhaarmos Polytrichum juniperinum 
B = groot duinsterretje Syntricia rularis 
 
 
   
D                                                                                                                E
D = bolmos Grimia pulvinta 
E = sterrenmos-Minium hornum
 

Een plaag in onze bonsaischaal is het liggende vetmuur, Sagina procumbens.

Bovenstaande foto:
Foto: Dick Belgers
Licentie: CC BY
Bron: Nederlands Soortenregister (eventueel met link naar de betreffende pagina of www.nederlandsesoorten.nl)
 

Een onkruidje wat we beslist niet willen hebben/zien in onze bonsaischalen, wordt onterecht heel vaak benoemd als sterretjesmos. Het heeft niets met een mossoort te maken. Het is een enorme woekeraar die zich ook nog eens heel snel vermeerderd door zaad, en zich voedt met de mest die we onze bomen geven. En daarbij verstikt het de aarde in de schalen/potten.

Ondergronds kunnen ook de wortels tamelijk lange uitlopers maken, waardoor op enige afstand van de moederplant zich een nieuw plantje ontwikkelt. Wordt de wortelverbinding verbroken, dan is deze nieuwe plant in feite een kloon van de oude. Het is een vorm van vegetatieve vermeerdering.

Dit minuscule plantje uit de anjerfamilie vormt wel kussentjes zoals sommige soorten mos, en de jonge plantjes lijken behoorlijk ‘grasachtig’. De groenachtige bloemetjes zijn onopvallend maar zeer snel rijp en zaaien zich ook nog eens snel uit om verder te vermeerderen.

Ze groeien vaak in voegen van verhardingen, zoals hier ook in mijn tuin.

Moeilijk te bestrijden, maar door ze consequent met een pincet uit de grond te halen en er voor zorgen dat het niet gaat bloeien (door op tijd te pincetteren) is het goed in toom te houden.

Nog een mossoort die we ook moeten zien te vermijden is het levermos Marchantiophyta, deze mossoort sluit alle zuurstof toevoer af van het grondoppervlak. Deze soort groeit meestal op verzuurde en te natte grond en breid zich heel snel uit. Dit probleem is op te lossen door het grondoppervlak wat droger te houden en los te maken.

 
Lever-mos Marchantia polymorpha                           Paraplu-mos Marchantia polymorpha, bloei

 

Korstmossen

Korstmossen zijn geen graag geziene gast op onze bomen want waar korstmos groeit kunnen  geen nieuwe scheuten uitgroeien.

Bij veel korstmossen op de bomen/planten betekend dit einde verhaal; ze gaan op den duur dood.

Moeilijk te bestrijden of zelfs helemaal niet; alleen verwijderen door ze te borstelen of krabben helpt.

Ze zijn zo onopvallend, maar door een loep bekeken zijn ze erg mooi met een rijke kleurschakering.

Er zijn nauwelijks mensen te vinden die een beetje kennis hebben van deze mossen. Over paddenstoelen is veel meer te vinden. Daar zijn tientallen boeken over verschenen. En dat is vreemd, want korstmossen zijn óók paddenstoelen. En juist absoluut géén mos. Zelfs het rendiermos of IJslands mos is geen mos, maar een korstmos, ondanks hun naam.

 
Rendier-mos Cladinap ortentosa                                    IJsland-mos Cetraria islandica

 

Over namen gesproken? Wat dacht u van in de volksmond uitgesproken mossen; Vliegestrontjesmos? of Boerenkoolmos? of Dove Heidelucifer? of kauwgom-mos? Of de mooiste naam van allemaal: Patatzak-bekermos? Allemaal officiële Nederlandse namen van korstmossen!

Korstmossen zijn paddenstoelen die alléén kunnen leven als ze hulp krijgen van algen. Geen enkele paddenstoel is in staat voor zijn eigen voedsel te zorgen. Want ze hebben geen bladgroen. Algen kunnen wel voor hun eigen voedsel zorgen. En in sommige gevallen moeten ze dus ook nog zorgen voor het voedsel van paddenstoelen. Of eigenlijk kun je beter spreken van schimmel, want paddenstoelen zijn niets anders dan schimmel. En samen met een alg heet dat dan dus korstmos.

Nou lijkt het alsof de relatie tussen de schimmel en de alg er één is van voor de schimmel nemen en voor de alg geven, maar dat is niet zo. De alg heeft wel degelijk voordeel van het huwelijk dat ‘ie aangaat met een schimmel. De schimmel biedt namelijk bescherming tegen uitdrogen. Ook maakt de schimmel bepaalde zuren die het opvreten door dieren tegengaan. Een aardig goede samenlevingsvorm dus. Dat huwelijk loopt echter op de klippen als er voor de alg een meer dan voldoende aanbod van voedingszouten en water bestaat. Dan wordt de alg ontrouw en gaat alleen verder. Daaruit blijkt dat ze dus alleen samen gaan op plaatsen waar verder eigenlijk niets te halen valt. Op bijvoorbeeld, beton, dakpannen, op asbest-golfplaten of op stuifzanden.

Samen kunnen ze ook heel erg oud worden. Omdat ze zo verschrikkelijk langzaam groeien, soms maar een onderdeel van een millimeter per jaar, heeft men van bepaalde korstmossen uitgerekend dat ze tussen de 1000 en 4000 jaar oud moeten zijn!

Citaat uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Korstmos

Korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. Sommige soorten verdwijnen in gebieden waar de concentratie zwaveldioxide (SO2) hoog is. De aan- of afwezigheid van korstmossen wordt daarom wel gebruikt als een indicator voor luchtverontreiniging. In gebieden waar veel ammoniak in de lucht zit, gewoonlijk uit de veeteelt, verdwijnen sommige korstmossoorten. Andere soorten groeien echter beter met ammoniak (NH3), zoals Grootdooiermos (Xanthoria parietina. Baardmossen en struikvormige korstmossen zijn het gevoeligst voor luchtverontreiniging, korstvormige korstmossen minder. De laatste jaren zijn de korstmossen in Nederland en België zich weer aan het herstellen, doordat de SO2-emissie is verminderd sinds er minder kolen worden gebruikt in elektriciteitscentrales.  Door regulering in de landbouw wordt daar ook minder ammoniak uitgestoten.

Hier plaatjes van korstmossen

     
A                                                  B                                                 C                                                  D
A= blauw korstmos, omlijst met Steenkorstmos (Xanthoria parientina)
B = gebogen schildmos (Hypotrachyna revoluata)
C = grootdooiermos-Xanthoria parietina (Linnaeus)
D = schorsmos, Belmonte auboretum
     
E                                                  F                                                  G                                                 H
E = groot dooiermos
F = korstmos op Azalea
G = korstmos-Parmelia sulcata
H = korstmos-Evernia prunastri
 
Leen en Wim
 
Print Friendly, PDF & Email