Mycorrhizae

Zijn zeer belangrijke schimmels in onze bonsai schalen.
Mede samengesteld met medewerking Pius Floris van Plant Health Care.

no. 1

wortel zonder Mycorrhiza.

no. 2

wortel met Mycorrhiza.

Het leven op aarde is onmogelijk

zonder bacteriën. De helft van alle leven

de massa op aarde bestaat uit bacteriën.

Tegenover elke schadelijke soort staan ruim 30.000 gunstige soorten. Bodembacteriën spelen een zeer belangrijke rol als onderdeel van een complex systeem van levende processen onder de grond. Eén van hun taken is het omzetten van organisch materiaal, met ander woorden composteren. Bij dit composteren maken zij essentiële nutriënten vrij die de planten vervolgens weer kunnen opnemen als bouw- en voedingsstof.

Rhizobacteriën:
Deze gunstige bacteriën koloniseren de omgeving van de fijne wortels en hebben vele functies die bijdragen aan een gezonde wortelgroei en bodemproductiviteit.

Groeibevorderende bacteriën:
Deze groep van Rhizobacteriën produceren een grote variëteit aan natuurlijke groeiregulatoren die de conditie en groei van wortels stimuleren.

Stikstof bindende bacteriën:
Deze specialistische groep bodembacteriën leggen atmosferische stikstof vast en maken deze beschikbaar voor de plant. Planten kunnen zelf namelijk geen stikstof uit de lucht opnemen.

Fosfaat vrijmakende bacteriën:
Sommige soorten bodembacteriën produceren fosfatase, een enzym dat fosfaat oplost en beschikbaar maakt voor opname door plantenwortels. Hierdoor kunt u de fosfaatgiften op voorhand halveren.

Waarom zijn Mycorrhiza noodzakelijk voor planten?
Met behulp van bodemleven kunnen planten een gezonde weerstand opbouwen tegen de meeste ziekten en aantastingen. De Mycorrhiza vormen een natuurlijke barrière tegen aantastingen en infecties. Daarnaast kunnen planten met Mycorrhiza veel beter tegen allerlei andere stressfactoren, zoals droogte, zout, zware metalen en andere invloeden die de groei negatief beïnvloeden. Door de toenemende kennis van de bodembiologie is het mogelijk om veel spaarzamer om te gaan met kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Veel van de “onmisbare” bestrijdingsmiddelen worden overbodig door gebruik te maken van de biologische producten van Plant Health Care.

Mycorrhiza (uit Myco = schimmel en Rhizae = wortels) werken in symbiose samen met de wortels, d.w.z. dat het samen leven gunstig is voor schimmels en wortels. Ze vormen een soort natuurlijke verlenging van het wortelstelsel. Op die manier kunnen de planten de grond efficiënter gebruiken, dus; de meeste voedingsstoffen actief opnemen (zelfs die stoffen die niet mobiel zijn zoals P, Cu, Zn, Mn, Si.; de mobielen zijn o.a. N,P,K en Mg) en een beter gebruik van water maken.
Ongeveer 99% van alle planten groeien in de natuur met Mycorrhiza schimmels.
In ruil voor suikers uit de plantenwortels verzorgen zij de opname van de meeste mineralen. Zij zijn in staat om via de schimmeldraden en hun enzymen de juiste stoffen (nutrieënten) op de juiste tijdstippen voor de plant beschikbaar te maken. Doordat de schimmeldraden of hyphen (spreek uit hiefen) vele meters vanuit de wortels groeien en microscopisch dun zijn, komen zij op plaatsen waar wortels nooit kunnen komen. Het wortelstelsel, en daarmee het opnamevermogen, van planten wordt hierdoor tot honderden malen groter dan bij planten die het zonder deze symbionten moeten stellen.
In de praktijk betekent dit dat bij diep omploegen, erosie, bemesting, stomen en sterilisatie, verpotten, het gebruik van sommige fungiciden, het braak laten liggen van grond en vele andere factoren, Mycorrhiza verstoord kunnen worden of zelfs geheel kunnen verdwijnen.
Mycorrhiza rond of in de wortels zijn organismen die met exudaten (dit zijn suikers uit de fotosynthese) worden gevoed.

no. 3

Schematische foto van een opnamewortel met aan de top de wegvloeiende exudaten (overtollige suikers en organische zuren).

Mycorrhiza zijn schimmelsoorten die in symbiose (samen leven/werken = wederzijds voordeel hebben van de samenwerking) leven met de boomwortels. Kijk maar bij de Pinussen waar ze het meest opvallen met hun witte schimmeldraden aan de buitenkant van de wortelkluit, en ook binnen in de kluiten. Er zijn meerdere groepen Mycorrhiza. In dit artikel worden alleen de Mycorrhiza behandeld die in symbiose leven met bomen. Er wordt voor bomen een onderscheid gemaakt tussen Ectomycorrhiza en Endomycorrhiza.

Voordelen van de Mycorrhiza symbiose:

  • Betere opname van voedingsstoffen en sporenelementen
  • Betere weerstand tegen zouten, hitte, stress, droogte en zware metalen
  • Beter wortelgestel met meer vertakkingen
  • Betere wateropname
  • Betere bodemstructuur (“glomalin” = eiwit vermengd met suikers)
  • Beter bestand tegen aanvallen van buiten af (insecten) door het natuurlijk
    weerstandsvermogen en de ontwikkeling in de bodem van een gunstige microflora.
  • Een langdurige bloeitijd.

Mycorrhizaschimmels leven binnen en buiten de plantenwortels. Vanuit de plant ontvangen ze de noodzakelijke suikers voor hun groei en in ruil hiervoor verzorgen zij de opname van mineralen en water in de grond die naar plant naar behoefte overgebracht worden. Een wortel werkt als een spons en kan voornamelijk oplosbare voedingsstoffen ophalen. De Mycorrhiza schimmeldraden kunnen echter met hun op enzymen berustende werking minerale en organische componenten oplossen en deze voor de plant beschikbaar maken. Dankzij deze natuurlijke symbionten (zie hieronder) kan de plant meer energie besteden aan groei, weerstandsvermogen en watervoorziening.
Symbionten: De symbionten zijn Mycorrhizazwammen die vaak tussen de wortels van bepaalde bomen of heesters voorkomen. Ze produceren stoffen, of zetten organische materialen om waar zowel de planten als de zwammen van profiteren. Voorbeelden hiervan zijn berkenboleet, eekhoorntjesbrood (bij sparren en soms bij eiken en beuken), vliegenzwam (bij berken en dennen), en de gewone fopzwam (bij berken, eiken en naaldbomen). Aangezien alle partijen voordeel van deze samenwerking hebben en deze paddenstoelen zeldzaam aan het worden zijn, kunnen we ze het beste met rust laten.
Ectomycorrhizae:
Ectomycorrhizaschimmels groeien vooral in symbiose met bosplanten zoals de meeste naaldbomen en een aantal loofbomen zoals beuk en eik. In tegenstelling tot Endomycorrhizaschimmels dringen ze niet de wortelcellen binnen. Deze vormen een beschermende schimmellaag rond de wortels, met lange schimmeldraden en in sommige gevallen krijg je paddenstoelengroei in de schaal. Sommige boomsoorten zoals de Linde en de Populier vormen symbiose met beide, dus zowel de Endomycorrhiza- als de Ectomycorrhizaschimmels.
Ectomycorrhiza groeien aan de buitenzijde (ecto = buiten) rond de fijne opnamewortels van circa 5% van alle boomsoorten op aarde. Vaak zijn deze ook zichtbaar als een soort klein hertengewei. Ectomycorrhiza kunnen met het blote oog worden waargenomen.
Beide Mycorrhizasoorten vormen enorme hoeveelheden fijne draden als uitlopers van de wortels. Ectomycorrhiza zijn schimmelsoorten die alle paddenstoelen of stuifzwammen vormen. Deze microscopisch kleine sporen verspreiden zich voornamelijk door de wind en slaan overal neer. Alleen al in Europa komen ruim 3000 soorten Ectomycorrhiza voor. Deze Mycorrhiza vorm kiest zo zijn eigen voorkeur aan bomen en bodemtypen. Kijk maar eens op een rottende boomstronk.
Ectomycorrhiza wisselen nogal eens van partner. Een beuk kan in een bepaald deel van het jaar aan één enkele wortel soms tot 23 soorten Ectomycorrhiza herbergen, terwijl er op een ander moment maar twee of drie soorten rond de wortels groeien. De sporen van Ectomycorrhiza zijn werkelijk overal aanwezig. Kijk maar om je heen naar de paddenstoelen in de herfst of leg de hoed van een paddenstoel op een stuk zwart papier.

Endomycorrhizaschimmel:
Dit zijn schimmelsoorten die geen vruchtlichamen vormen. Hun volledige levenscyclus speelt zich af onder de grond. Ze groeien in de grond binnen de wortels en verspreiden zich onder de grond via de wortels van bomen.Van de Endomycorrhiza zijn er wereldwijd slechts 143 soorten bekend, waarvan er ongeveer 15 soorten op de meeste planten groeien.

De meeste boomsoorten leven van nature in symbiose met Endomycorrhiza (endo=binnen): 90% van alle plantensoorten leeft in de natuur met Endomycorrhiza. In ons bonsaigebied vallen hieronder de Kastanje, Lijsterbes, Esdoorn, Pinus, Beuk, Eik, Es enz. Endomycorrhiza groeien in de fijnste opnamewortels. Ze vormen microscopische kleine schimmeldraden (hyphe) van 3 tot 15 micron (1/1000 mm) die tot een meter ver vanuit de wortels groeien. Deze schimmeldraden zijn minder gevoelig voor een gebrek aan zuurstof dan wortels. Sporen van deze Endomycorrhizaschimmels worden op de schimmeldraden gevormd en kiemen op nieuwe wortels. Ze moeten altijd ingewerkt/geënt worden bij het verplanten om in aanraking te komen met jonge actieve wortels. Zij kunnen zich via de wortels van zeer veel verschillende plantensoorten verspreiden en dus van andere bomen worden geënt.(Zoals al eerder is beschreven kan je die schimmels gemakkelijk uit het bos halen)

Mycorrhiza zijn niet nieuw:
Er is veel onderzoek geweest dat aangeeft dat de eerste landplanten 400 miljoen jaar geleden al in symbiose leefden met Mycorrhiza. Zij worden zelfs gevonden in afdrukken van fossiele plantenresten. Mycorrhiza zijn een essentieel onderdeel van elke gezond groeiende boom.

In het verleden waren op boomkwekerijen door de manier van kweken, het grondgebruik, de grondbewerking en het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen doorgaans onvoldoende Mycorrhiza aanwezig om bomen echt gezond te laten groeien. Maar de laatste jaren is daar wel verandering in gekomen door meer biologische bestrijding toe te passen en EM, ReduBac en andere biologische middelen in de grond te werken.(z.g.n. grondverbeteraars).
In de bewerkte stedelijke grond zijn eveneens onvoldoende Mycorrhiza aanwezig. Doorgaans zijn ze zelfs helemaal niet aanwezig. Het mag een wonder van de natuur worden genoemd dat er toch nog redelijk wat bomen, dat gemis en die milieudruk, overleven. Dit komt voornamelijk doordat de eerder genoemde Exudaten voedsel leveren aan verschillende bacteriesoorten die nu eenmaal overal aanwezig zijn. Deze bacteriën helpen dan veelal bij het binden van atmosferische stikstof, het produceren van groeihormonen en het vrijmaken van fosfaat.

Wortelpunt:
Opnamewortels vormen nimmer meer dan 10% van de bodemmassa. De opname is dus zeer beperkt. Bovendien leven fijne wortels zonder Mycorrhiza nooit langer dan circa 6 weken.
Het opnameoppervlak is gemiddeld 700% groter. De hyphen vormen hierbij ook een vangnet voor nematoden (waaronder ook de aaltjes vallen die een groot probleem in de bomen- en plantenteelt zijn). De wortel is natuurlijk beschermd tegen ziekten en kan door zijn efficiënte bijdrage tot 2 jaar blijven leven.

Pinus zaailing met schimmeldraden aan Volwassen Pinuswortels met schimmels
de wortels. van Telophora teristris aan de kluit.

Op de foto van de Pinus met de witte Mycorrhiza draden: wat zichtbaar is zijn de schimmeldraden van Telophora terristris, één van de vele Mycorrhiza soorten waar Pinussen en Picea erg weinig aan hebben. Ze komen overal ter wereld voor en nestelen zich heel eenvoudig aan de wortels van Pinus en Picea maar zijn niet echt effectief.
Sterker nog, ze nemen de plaats in van andere Mycorrhiza die juist veel effectiever kunnen werken voor deze boomsoorten. Denk hierbij vooral aan-Pisolithus tinctorius (verfstuifzwam)

Het planten van bomen:
In de praktijk bij het planten van bomen is het zo dat er een boom wordt gekocht van de boomkwekerij of het tuincentrum en dat deze in een plantgat of bonsaischaal wordt gezet. Vervolgens wordt het gat gedicht, en krijgt de boom nog wat water en verder moet de boom het maar uitzoeken. Dit is de meest toegepaste manier van planten en met deze werkwijze blijven er nog verrassend veel bomen in leven ook.

Het grote verschil:
Bij het maken van een plantgat wordt de bodem zodanig omgeroerd dat de eventueel aanwezig Mycorrhiza sporen dit niet of nauwelijks overleven. Zelfs als er in de boomkwekerijpot voldoende Mycorrhiza aanwezig zouden zijn is het maar de vraag of deze zich kunnen aanpassen aan de nieuwe groeiplaats.

Waar blijven de haarworteltjes?
Daarnaast stellen we vast dat bij het oprooien van bomen op de kwekerij of het uit de schaal halen van bonsai ongeveer 95% van de fijne opnamewortels achterblijven in de uitgeharkte kluit. Er komen dus vrijwel altijd veel te weinig Mycorrhiza mee naar de nieuwe standplaats. Iedere hovenier kent dit probleem en dit zou iedere bonsailiefhebber ook moeten weten. Zelfs als een boom in een oude tuin maar een stukje wordt verplaatst, dan zal hij minimaal een jaar nodig hebben om zich aan te passen aan zijn nieuwe omgeving, sommige bonsaisoorten kennen dit probleem ook. Dit komt meestal niet door een gebrek aan wortels tijdens de verplanting. De meeste planten hebben immers 4,5 maal meer wortels dan zij nodig hebben om te kunnen groeien. Deze overmaat is een natuurlijke vorm van reserve. Dit komt hen goed uit omdat bij het maken van het nieuwe plantgat in de tuin de bodembiologie ernstig werd verstoord. Bij onze bonsai wordt vaak een steriele grondsoort gebruikt, denk aan Akadama, Kiryu, Kanuma, enz.

Bodembiologie:
Grondmengsels voor bomen en compost
Hetzelfde probleem doet zich voor als er grote plantgaten worden gemaakt die worden gevuld met een speciaal grondmengsel voor bomen. Ook hier geldt dat er een volkomen gebrek is aan specifieke bodembacteriën. Vaak wordt gedacht dat het aanbrengen van compost een goede manier is om het bodemleven terug in de grond te krijgen. Dat is een hardnekkige vergissing. Compost bevat zeer veel organismen, maar het zijn voornamelijk organismen die voor hun voortbestaan organische stof omzetten en afbreken. Dit zijn echter totaal andere organismen dan die nodig zijn om de wortelgroei te stimuleren en mineralen vrij te maken voor de boom. Compost is organische stof in een meer of minder omgezette vorm. Teveel compost in een plantgat vergt erg veel zuurstof voor de verdere vertering. Compost dient als voedsel voor het bodemleven. Als er geen bodemleven is, heeft het toevoegen van uitsluitend compost voor de korte termijn niet veel zin. In compost zitten zeker geen Mycorrhizasporen. Daarvoor is de temperatuur bij omzetting/broeien veel te hoog geweest. De eventueel aanwezige Mycorrhizasporen zijn dan zeker verbrand of opgegeten door de omzettende organismen.

Ontbrekende organismen:
Nu we weten waar het bij de aanplant van bomen fout kan gaan, is het een kwestie van het aanbrengen van de ontbrekende organismen in het plantgat om ervoor te zorgen dat bomen op hun nieuwe standplaats goed kunnen groeien. Vervolgens zullen de fijne wortels en de schimmeldraden met behulp van vele andere organismen de grondporiën openen. De schimmeldraden produceren hierbij een stof met de naam Glomaline. Deze stof wordt door de Amerikaanse vinders ‘superglue of the soil’ genoemd. Glomaline zorgt ervoor dat de grond rond de fijne wortels en hyphen in een kruimige substantie verandert. Dit wordt ook wel aggregaatvorming genoemd. Een grond in goede aggregaattoestand laat zich niet meer zomaar verdichten en vormt een waar lustoord voor de bodemorganismen, die op hun beurt weer een bijdrage leveren aan het vrijmaken van zeer veel sporenelementen. Het zijn ook juist de hyphen die de meeste mineralen vrijmaken door ze letterlijk uit de zandkorrels te halen met hun zuren. Op deze wijze creëren de bomen hun eigen leefomgeving en zorgen grotendeels voor zichzelf. Hierover is in kringen van boombeheerders nogal eens wat discussie. Natuurlijk moeten we bij het maken van plantgaten zoveel mogelijk gunstige groeivoorwaarden scheppen om de boom te helpen om goed te kunnen groeien. Maar daarna kan een gezonde boom het goed op eigen kracht redden. Denk hierbij maar eens aan bomen op rotsen. Zij malen echt niet om bodemverdichting.

Nu de praktijk.

Meststoffen en speciale grond:
Er zijn vele leveranciers van meststoffen en grond die claimen dat er Mycorrhiza in zitten.
Vraag naar de specificaties. Als deze niet geleverd kunnen worden, doet u er beter aan het niet te kopen.
Let er bij de aankoop op dat u de goede keuze maakt. Er zijn leveranciers die uitsluitend de sporen (zaden) van Mycorrhiza leveren. Let er op dat dit specifiek op de verpakking of het technische fiche vermeld is.
De zuivere sporen van zowel Ecto- als Endomycorrhiza zijn vele jaren houdbaar (mits droog en bij kamertemperatuur bewaard). Het inoculum of “propagulen” zijn feitelijk wortelfragmenten die circa 14 dagen goed blijven.
Om zelf het bos in te gaan om Mycorrhiza te zoeken / halen onder de eik, beuk en Pinus is niet zo’n goed idee omdat de kans dat de juiste Mycorrhiza worden gevonden voor de bonsai bomen minder is dan 1/6000e %. Bovendien is de kans aanwezig dat er ziekteverwekkers worden overgebracht.

Bacteriën:
Daarnaast is het van belang om ervoor te zorgen dat de verstoorde bacterie-populatie in een plant gat zo spoedig mogelijk wordt hersteld. Dat kan door specifieke wortelbacteriën, Rhizobacteriën of de zogenaamde grondverbeteraarkorrels mee te geven in het plantgat. Dit kan meestal door het in het plantgat te strooien of door de grond te mengen en aansluitend de boom water te geven. Bij het aanplanten van bijvoorbeeld beukenhagen neemt het succespercentage aanmerkelijk toe als de wortels voor het planten worden gedompeld in een suspensie (vloeibaar mengsel) van Ectomycorrhiza sporen. Dit moeten echt sporen zijn, want Ectomycorrhiza-propagulen overleven maar zeer sporadisch.

Planttechniek:
Naast deze toevoegingen is het natuurlijk altijd een eis dat bomen op een technisch verantwoorde manier worden geplant. Mycorrhiza en bodembacteriën zijn geen wondermiddelen, maar een zeer goede en normale aanvulling bij het planten van bomen,

  • om ze te laten overleven na de aanplant en
  • om ze te helpen zich tot een gezonde boom te ontwikkelen.

De rest van het succes na het verplanten ligt in de handen van de vakmensen die hiervoor verantwoordelijk zijn.
De Boomplanter

no. 6

Mede samengesteld met medewerking van Pius Floris van Plant Health Care. http://www.planthealthcare.eu/nl/plant-health-cure/bedrijfsprofiel
Leen

Print Friendly, PDF & Email